
Onderstaand veel voorkomende vragen over SCIOS. Heeft u een andere vraag, neem dan contact met ons op.
Wij beantwoorden deze zo spoedig mogelijk.
Mobiele units die in Nederland worden gebruikt dienen volgens het Activiteitenbesluit niet gekeurd te worden. Mobiele units zijn geen huurketels. Het Activiteitenbesluit stelt dat huurketels wel gekeurd dienen te worden.
Wanneer de stookinstallatie niet onder scope 1, 2 3 of 4 valt, dan valt deze automatisch in scope 5.
Dit geldt bijvoorbeeld wanneer een verwarmingssysteem van een flatgebouw bestaat uit 4 gasabsorptie machines met een totaal vermogen van 140kW (Hi 102,8) en een cascadeopstelling van 535kW. De warmtepompen staan op het dak opgesteld en de cascadeopstelling in een stookruimte. Beide zijn hydraulisch en gaszijdig met elkaar verbonden.
Als het bevoegd gezag vragen heeft over wat er gekeurd moet worden of onder welke wet- of regelgeving een installatie valt, kunnen zij terecht bij Agentschap NL en Infomil.
Wanneer een dealer als service stookinstallaties inregelt die onder het Activiteitenbesluit vallen, moeten deze bij de dealer een EBI ondergaan?
In het Activiteitenbesluit paragraaf 3.2.1 art. 3.7 sub 1 is gesteld dat de installatie voor beproeving (inregelen) geen keuring dient te ondergaan.
Wel dient de installatie op zijn uiteindelijke plek in Nederland een EBI Eerste Ingebruikname Keuring/Inspectie overeenkomstig de SCIOS-certificatieregeling te ondergaan.
Die is eerst op de uiteindelijke plek van installatie verplicht onder de SCIOS certificatieregeling.De overheidscontrole op een stookinstallatie en de controle op de stookruimte vallen onder twee verschillende regelingen. De controles worden veelal ook door verschillende handhavers gedaan.
De SCIOS-inspectie van stookruimten is vastgelegd in Informatieblad 4. Er is echter een wijziging in de redenen die tot afkeur leiden. Dat kunnen alleen redenen zijn die uit het Activiteitenbesluit voortvloeien. Dus die aspecten die het veilig etc. functioneren van de stookinstallatie betreffen. Denk hierbij aan be- en ontluchting, vuilwaterpompen bij stookruimten die gedeeltelijk onder het maaiveld liggen e.d. De inspecteur dient te letten op risico's die het functioneren van de stookinstallatie nadelig kunnen beïnvloeden. Indien dergelijke risico's het veilig functioneren kunnen beïnvloeden, moet de inspecteur de installatie afkeuren.
Aspecten zoals de draairichting van de deur, brandblussers, explosiewanden, brandwerendheid etc. zijn geen afkeurpunten. Deze worden door de SCIOS-inspecteur als advies ter herstel aan de installatie-eigenaar voorgelegd en in het inspectierapport opgenomen.Op de website van Infomil staat beschreven wat er gekeurd moet worden. Ook in het geval van zogenoemde cascadeopstellingen. Zie de Infomil-website. Onder het kopje 'Installaties bestaande uit meerdere (kleine) stooktoestellen' is gespecificeerd wat er gekeurd moet worden in het geval van een cascadeopstelling.
Infomil heeft hiervoor een beslisboom opgesteld. Deze beslisboom is tijdelijk op de SCIOS web-site geplaatst. Klik hier om de beslisboom (d.d. 26 maart 2013) te downloaden.
In het Activiteitenbesluit is geregeld dat het brandstof toevoersysteem naar de stookinstallatie gekeurd dient te worden. Het brandstof toevoersysteem begint altijd vanaf de gasmeter van het gasleverend bedrijf.
Zie ook Infomil: http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/stookinstallaties/bems/vragen-antwoorden/@112509/keuringsfrequentie/
Een PI-functionaris is gerechtigd om zowel inspectie als onderhoud te verrichten, ook aan één en dezelfde installatie. Dit is in het belang van een efficiente aanpak.
De opdrachtgever moet in het bezit worden gesteld van de verklaring van onderhoud of inspectie en van de betreffende rapportage.
Neen, deze zijn vervallen sinds de invoering van de verschillende A.M.v.B.-bepalingen inzake onderhoud en inspectie aan stookinstallaties. Ook de EnergieNed-erkenningen gelden niet meer.
SCIOS is van mening dat voor een aparte behandeling van het onderwerp 'hoe te handelen bij het ontbreken van een gasmeter bij een stooktoestel' of het niet kunnen meten van gas door een wisselende gasafname bij de centrale gasmeter, met name in de certificatieregeling zelf, geen termen aanwezig zijn. In de praktijk dienen betrokkenen met verstand van zaken met dit fenomeen om te gaan. Het is dan vooral de taak van de EBI-er om de overige parameters (gasdrukken, luchtdrukken etc.), anders dan de toestelbelasting, inclusief de bijbehorende grenswaarden goed te benadrukken. De EBI-er dient bij een inbedrijfstellingsinspectie altijd te proberen via de centrale gasmeter de belasting van het te inspecteren nieuwe toestel te bepalen.Bij hoge uitzondering is een belasting meting niet mogelijk. De EBI-er dient dit dan te motiveren in zijn rapport.
Ja, bij de installatie dient een 'basisrapport' aanwezig te zijn dat is opgesteld bij de in bedrijfstelling. Alle noodzakelijke gegevens van de installatie worden daarin opgeborgen en bijgehouden. Wie controleert het onderhouds-/inspectierapport? Dit rapport zal het bedrijf dat onderhoud en inspectie uitvoert zelf moeten schrijven en controleren. Verder vinden regelmatig her-audits plaats door de certificerende instelling, waarin controles zijn opgenomen.
Nee, van het jaarlijks onderhoud en de beoordeling wordt een afzonderlijk rapport opgemaakt. In bijlage 6 van de certificatieregeling is hierover meer informatie te vinden. Als bewijs van onderhoud of inspectie gelden de standaard SCIOS-verklaringen of het certificaat van Eerste Bijzondere Inspectie.
Allereerst zullen er aanwijzingen ter verbetering worden gegeven. Indien daaraan geen gehoor wordt gegeven, wordt het certificaat ingetrokken.
Warmwatertoestellen met een vermogen groter dan 100 kW vermogen dienen te worden gekeurd.
Ja, de EnergieNed-erkenningsregeling is per 1 september 2000 vervallen.
De certificatieregeling is van kracht voor installaties (toestellen) met een vermogen van 100 kW of meer tot een bovengrens van 50 MW.
Ja. Twee rapporten per Scope met een minimum van 5 rapporten totaal. Afhankelijk van de bevoegdheid zullen dit EBI-rapporten of PI rapporten zijn. Hierover dienen afspraken gemaakt te worden met de Certificerende Instelling. Daarnaast wordt het kwaliteitsmanagement waaronder de meetapparatuur gecontroleerd.
Ja, er is een audit nodig waarin de werkwijze van het bedrijf op conformiteit met de SCIOS-regeling wordt getoetst. Tevens wordt het kennis- en ervaringsniveau van de betrokken medewerkers beoordeeld en vindt er per aangemelde monteur/inspecteur een praktijkaudit plaats.
Nee
Ja
Het certificaat wordt verstrekt door de Certificerende Instellingen (CI's) die op grond van hun overeenkomst met SCIOS daartoe gerechtigd zijn. Op dit moment zijn er drie CI’s door de Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd. Voor het overzicht klik hier .
De Stichting Certificatie Inspectie en Onderhoud Stookinstallaties is opgericht op 27 mei 1998 en wordt geleid door een dagelijks bestuur, waarin het bevoegd gezag (de gemeenten), de AMvB-plichtigen (de afnemers), uitvoerenden zijn vertegenwoordigd en een onafhankelijke voorzitter.
SCIOS wordt bijgestaan door een College van Deskundigen (CvD) dat bestaat uit vertegenwoordigers van FIGO, Uneto-VNI, VIV, VFK, waarnemers namens LMI/FHI en de normcommissie 349 100 05 alsmede vertegenwoordigers van de aangesloten CI's.